woensdag 21 december 2016

Waalse bossen als commons?

Waalse bossen hebben een waarde van 1 miljard euro maar brengen slechts 1 miljoen euro op. Daarom komt er druk op de staat om ze op de markt te gooien. De bossen dreigen te worden opgekocht voor intensieve houtwinning door investeringsfondsen. Lees hier het volledige artikel op de site van Vilt.

Waarom niet met een groep zo'n bos aankopen en experimenteren met het gezamenlijk beheer ervan? Het gezamenlijk beheer van bossen behoort samen met bvb. visvijvers en irrigatiekanalen tot de klassieke cases van commonsbeheer die besproken worden in de literatuur daarover. Check in onze 'Tools'-sectie onder andere de boeken 'Governing the Commons' van Elinor Ostrom en 'Sustaining the Commons' van Anderies en Janssen voor voorbeelden, best practices en theorie.

De kern van goed commonsbeheer zijn communicatiemogelijkheden. De nieuwe digitale mogelijkheden zijn een nieuwe kans voor de commons. Een succesvol experiment in commonsbeheer kan aan het brede publiek bewijzen dat de "tragedy of the commons" kan worden overstegen en dat de commons klaar zijn om uit te groeien tot een oplossing tussen markt en staat. Concreet kan zo worden vermeden dat de Waalse bossen worden opgekocht voor intensieve houtwinning door investeringsfondsen.


zaterdag 10 december 2016

Makercultuur in het hart van de economie

In het Westen bestaat het idee dat wij een soort diensteneconomie kunnen worden die leeft van de intellectuele eigendomsrechten die we bezitten op al onze slimme innovaties, terwijl de Chinezen het domme productiewerk wel zullen doen. Maar innovatie en productie versterken elkaar, en daarom heeft innovatie de neiging te verschuiven naar waar de productie gebeurt. Zo is in Shenzhen rondom de productieplekken waar onze gadgets worden geproduceerd een enorme DIY innovatiecultuur gegroeid waarbinnen het delen van kennis, het enorme aanbod spotgoedkope onderdelen en razendsnelle feedbackloops centraal staan. Makercultuur niet in de marge maar in het hart van de economie? Misschien tonen de makers in Shenzhen ons wel de weg naar de economie van de toekomst.



zondag 4 december 2016

De kiezer wil geen geld, maar macht


De kiezer wil geen geld, maar macht

Wat mij het meest opviel aan de overwinning van Donald Trump is de manifeste onmacht van het politieke establishment om het fenomeen te duiden. Een typische analyse luidt dat Trump werd verkozen als gevolg van de door de globalisering toegenomen ongelijkheid. Maar waarom kiezen die slachtoffers van de ongelijkheid dan iemand die de American Dream predikt en de belastingen voor de rijken wil verlagen, in plaats van een politica met concrete voorstellen om die ongelijkheid te verminderen?

donderdag 1 december 2016

[Interview] Arcade City: "Antwerpse" platform cooperative

Het Amerikaanse Arcade City werd vorig jaar in geen tijd wereldwijd bekend als een tegenbeweging tegen Uber. Zij vonden dat de controle over digitale ritdeelplatforms bij de gebruikers zelf hoort te liggen. Enkele maanden geleden werd het Arcade City project concreet toen een groep Antwerpse Ethereum-ontwikkelaars besloot om met hen samen te werken. Digitale revolutie aan de Schelde, zowaar! Tijd voor een interview op New Commons. Arcade City is georganiseerd als een digitale stad met een digitale city council. Ik sprak met digitaal stadsplanner Kristien De Wachter van het Antwerpse Arcade City development team.

dinsdag 29 november 2016

Digitale revolutie aan de Schelde

Arcade City ontstond als een alternatief ritdeelplatform voor Uber en Lyft. Ze wilden de blockchain gebruiken om het platform in handen te geven van de gebruikers zelf. Na wat initiële problemen kreeg het project onlangs een serieuze boost nadat een Ethereum development team uit ons eigenste Antwerpen erin meestapte. 

Ritdelen is nog maar het begin, het platform heeft de ambitie om de basis te worden van een nieuwe, gedecentraliseerde P2P-economie. Lees hier hun whitepaper. Voor zover ik het begrijp wil Arcade City een soort platform voor commons worden (die zij "guilds" noemen) waarop eender wie een groep kan vormen met anderen om een common te creëren en te onderhouden, daarbij ondersteund door de Arcade City infrastructuur. 

Het project begint nu snel concreet te worden. Momenteel zijn ze bezig een eigen munt uit te geven op de blockchain, de ARC (de coin sale eindigt vandaag). De eerste apps komen eraan. Hun plannen en hun vooruitgang kan je volgen via hun site en hun Youtubekanaal. Dat Youtubekanaal bevat ook achtergrond en tutorials bvb. over hoe ARC aan te kopen. 

De basisfilosofie is ontleend aan het boek Swarmwise, afkomstig uit de Zweedse Piratenpartij. Pdf hier gratis te downloaden.

NIEUW: Ondertussen deed New Commons ook dit interview met Kristien De Wachter van het Antwerpse Arcade City development team

zaterdag 17 september 2016

Eandis: nieuw strijdperk tussen horizontale en verticale democratie?

Na Ringland en het Essersbos lijkt het dossier Eandis een nieuwe illustratie te worden van het feit dat politiek niet langer het exclusieve terrein is van verticaal georganiseerde partijen. Min of meer spontaan vormende horizontale netwerken worden steeds slagkrachtiger. Burgers verenigen zich in energiecoöperatieves die zelf controle willen nemen van hun stroom, en die coöperatieves vormen op zich weer een groter netwerk REScoop (http://www.rescoopv.be/) dat nu mee ijvert voor de mogelijkheid van burgerparticipatie in Eandis. Dankzij hun wendbaarheid spelen ze korter op de bal. Ze hanteren andere spelregels en hebben een eigen, vaak verfrissende visie op het algemeen belang. Als tijdelijk vehikel worden ze in hun vertolking van het algemeen belang minder gehinderd door gevestigde belangen zoals afhankelijkheid van dividendenstromen of machtsverankering op bepaalde bestuursniveaus. De goodwill die hen dat oplevert verzekert hen van steun bij het brede publiek en hulp van specialisten met dossierspecifieke expertise. Het is een structuur die ongeschikt is om een heel land op lange termijn te beheren, maar op elk dossier afzonderlijk wel relevanter en legitiemer kan zijn. 
"Misschien vinden we het binnenkort wel voorbijgestreefd om eerst een partij op te richten vanuit een of andere abstracte theoretische visie op de maatschappij, en die visie dan als een one-size-fits-all oplossing toe te passen op eender welk probleem dat voorbijkomt?"
Hoe lang nog voordat er voor elk belangrijk dossier wel ergens zo’n netwerk opduikt? Heeft in zo’n omgeving de particratie nog wel een toekomst? Digitale technologie maakt het steeds makkelijker om mensen te verenigen. Misschien vinden we het binnenkort wel voorbijgestreefd om eerst een partij op te richten vanuit een of andere abstracte theoretische visie op de maatschappij, en die visie dan als een one-size-fits-all oplossing toe te passen op eender welk probleem dat voorbijkomt? Waarom niet omgekeerd: afhankelijk van het probleem een structuur bouwen, zoals Simon Tormey voorstelt in The End of Representative Politics (http://eu.wiley.com/WileyCDA/WileyTitle/productCd-0745681964,subjectCd-PO17.html). Zo vermijden we dat we structuren toepassen op problemen waarvoor ze eigenlijk nooit waren bedoeld. Partijen zouden zelfs kunnen blijven bestaan, maar hun controlerende rol wordt vervangen door een faciliterende. Ze worden platforms die burgers faciliteren om zich te verenigen rond specifieke dossiers.
Met het dossier Eandis gaat de confrontatie tussen horizontale en verticale macht een nieuwe fase in.

In zekere zin is de Eet De Stad In Balans actie van het Gentse experimentele stadslabo Timelab een prototype van dit model (http://www.timelab.org/project/niets-verloren-atelier-de-stad-gent). Timelab bood burgers een platform om zich te verenigen rond duurzaamheid in de stad en faciliteerde zo het realiseren van een concrete beleidsdoelstelling (het toelaten van Canadese Gans in de voedselketen) zonder die concrete doelstelling op voorhand vast te leggen of te sturen. Opvallend was dat de horizontale aanpak succesvol was, daar waar een eerdere poging van een verticale speler (een grote supermarktketen) was mislukt. 

Met het dossier Eandis gaat de confrontatie tussen horizontale en verticale macht alvast een nieuwe fase in. Veel meer dan een bos of een tunnel raakt de controle over het elektriciteitsnet aan het hart van de particratische macht. Daar waar het, zeker voor oppositiepartijen, altijd makkelijk was om lippendienst te bewijzen aan de filosofische ideeën achter burgerparticipatie, zal de particratie in dit dossier kleur moeten bekennen. Het Eandis-dossier belooft daarom een eerste indicatie te worden van de manier waarop partijen in de toekomst zullen omgaan met de tendens tot horizontalisering. Wordt het een geleidelijke evolutie of graven ze zich in? Proberen ze zichzelf heruit te vinden of zitten ze daarvoor te vast aan hun gevestigde belangen? Fundamentele vragen waarop het antwoord misschien al komt op 3 oktober, de dag dat de deal met de Chinezen beklonken zou moeten worden. 

[Een versie van deze tekst verscheen ook als opiniestuk in De Morgen]

woensdag 15 juni 2016

[verslag] Assembly of the Commons 14/06: communities beheren


Een fabriek heeft een productielijn die iets maakt, een common is een platform dat mensen toelaat dingen zelf te maken, samen met elkaar. Encyclopedia Brittannica maakt een encyclopedie, Wikipedia geeft gebruikers een platform waarop ze die encyclopedie zelf kunnen maken.

De belangrijkste productiefactor voor een common is dus niet arbeid of kapitaal, maar de community van haar gebruikers. Hoe kunnen gebruikers worden gemotiveerd om samen te werken? Hoe betrek je zoveel mogelijk mensen, op zoveel mogelijk manieren? Hoe kan je een community doen opleven? Hoe zorg je ervoor dat ze zichzelf in stand houdt?

We vroegen het aan Sofie Verhalle. Of liever, zij aan ons. Want het werd geen gewone Assembly. Het werd een rondje van de zaal waarin iedereen (of toch bijna iedereen, sorry Jeremy) elk om beurt mocht uitleggen wie die was en waarom die gekomen was. Meteen de belangrijkste les van de avond: ga er niet van uit dat jij weet wat je publiek wil, maar begin vanuit wie zij zijn en wat zij willen.

dinsdag 7 juni 2016

[verslag] workshop deeleconomie (Universiteit Gent, 2 juni)


Op 2 juni 2016 werd aan de Universiteit Gent een workshop over deeleconomie gehouden. De workshop werd georganiseerd door Rogier De Langhe. Er waren 5 sprekers en een 25-tal deelnemers, afkomstig zowel uit verschillende disciplines als van buiten de academische wereld.

De rode draad door al deze verschillende invalshoeken, was een zoektocht naar een vruchtbaar kader om een reeks nieuwe fenomenen beter te leren begrijpen. De sprekers gingen daar elk vanuit hun eigen ervaringen en achtergrond naar op zoek, wat zorgde voor een heel rijk perspectief op het fenomeen van de deeleconomie.

Het gepresenteerde onderzoek was zelden "af". Dat bood ruimte voor tal van stimulerende commentaren tijdens en na de lezingen. Met open geest werd gediscussieerd over de voor- en nadelen van de verschillende benaderingen.

Via deze blogpost worden de presentaties beschikbaar gemaakt. De presentaties zijn vrij te downloaden.

donderdag 19 mei 2016

Economisch Transitieinkomen want sharing is caring!


“De klimaatverandering is één van de grootste uitdagingen van de 21e eeuw. Hoe we erop reageren, zal onze manier van leven en werken in de komende jaren bepalen. Maar het brengt ook talloze mogelijkheden voor socio-economische vooruitgang met zich mee.
Door de klimaatverandering tegen te gaan, beschermen we de biodiversiteit op aarde en de mensheid zelf.

Maar wat heeft een Economisch Transitieinkomen (ETi) te maken met de wereld op weg helpen naar een koolstofarme, duurzame toekomst en ervoor zorgen  dat de temperatuur op aarde met minder dan 2 graden Celsius stijgt tegen 2100?

dinsdag 17 mei 2016

Hoe stoppen we de rat race?

In mijn opiniebijdrage in De Morgen stelde ik dat sociale vooruitgang niet langer gaat om loon maar om toegang. Toegang tot een job? Neen, toegang tot deelname aan het maatschappelijk leven. Dat een job zowat de enige manier is om te kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven is net het probleem.

maandag 16 mei 2016

sprookjesverhaal deeleconomie te eenzijdig?

Ik krijg vaak het verwijt dat ik te eenzijdig positief ben over de deeleconomie. Alsof de vraag vandaag is of deeleconomie “goed” of “slecht” is. Voor mij is de vraag of deeleconomie een beter economisch systeem zou kunnen zijn dan het bestaande. Natuurlijk gaat er vanalles mis in de deeleconomie. So what? Dat zegt toch niets over de intrinsieke belofte ervan als nieuw systeem? 

zondag 15 mei 2016

[verslag] Assembly of the Commons 10/05: complementaire munten


Suzy Maes en Kris Van der Velpen van Time2Care zetten zich in voor de introductie van zorgmunten in Vlaanderen. Met een zorgmunt maakt worden mensen met een zorgvraag niet benaderd op basis van wat ze niet meer kunnen, maar op basis van wat ze wel nog kunnen. In plaats van genezing staat herwaardering en preventie centraal.

zaterdag 14 mei 2016

overzicht deeleconomiedebat De Morgen

Het opiniestuk “Waarom we ons te pletter werken” in De Morgen deed een discussie over deeleconomie losbarsten. Deze post brengt de bijdrages aan dit debat samen:

dinsdag 10 mei 2016

Waarom we onszelf te pletter werken

Het aantal langdurig zieken steeg op 10 jaar tijd met 64 procent. Hoe komt het toch dat steeds meer mensen niet meer willen/kunnen meedoen? Als één van de voornaamste oorzaken wijst het Riziv op de sterke toename van psychologische aandoeningen. Het aantal burnouts, depressies en zelfmoorden is in ons land inderdaad schrikbarend hoog. Minder werken en hoger loon is volgens velen de sleutel naar “werkbaar werk”.

vrijdag 29 april 2016

1 mei : Wat met App-jobs?

De app-jobs, of – jobs below the API – dat zijn jobs waarbij de beoefenaar geen arbeidsovereenkomst heeft, maar voor zijn arbeid betaald wordt per transactie die hij realiseert. De digitalisering van de economie zorgt ervoor dat meer en meer mensen genieten van deze freelance tewerkstelling.

Zou iemand op 1 mei ook een rode vaandel op zijn smartphone installeren en een open debat durven aangaan over deze evolutie?

woensdag 27 april 2016

Jeremy Rifkin in Brussel

Op 13 april was Jeremy Rifkin te gast in ons land. Met boeken als The Third Industrial Revolution en Zero Marginal Cost Society is hij één van de meest invloedrijke denkers wereldwijd rond de gevolgen van de opkomst van collaborative commons op mens en maatschappij.

dinsdag 26 april 2016

Uber, helder als water

Foto: Waterworld.com Sanitation Revolution
Gisteren had ik het voorrecht om deel te nemen aan een debat over de deeleconomie in De Warande te Brussel. Tussen exquise pot en pint deelde ik de visie van Taxistop. Andere sprekers waren Filip Nuytemans van Uber en Vlerick-professor Marion Debruyne.

In zo'n debat wordt natuurlijk snel de controverse opgezocht: to Uber or not to Uber.

donderdag 14 april 2016

[Verslag] Assembly of the Commons 14/4: Tine Hens

sfeerfoto van de presentatie
Voor de derde Assembly kwam Tine Hens spreken in het filiaal van Triodos bank in Gent. Veel mensen kennen haar uiteraard van haar boek ‘Het Klein Verzet’ waarin ze een beeld schetst van verschillende projecten die mensen van onderuit organiseren in een alternatieve vorm van zich organiseren, van leven en handelen. ‘Maar dat weten jullie allemaal al, dus laat ons vooral een gesprek hebben’, trapte Tine de avond af.

backlash tegen de deeleconomie

De backlash tegen de deeleconomie, niet in geringe mate aangevuurd door traditionele middenveldsorganisaties, is in volle gang. Getuige daarvan het thema van komend Ouishare Fest (18-21 mei in Parijs): After The Gold Rush. De hoerastemming is omgeslagen in dysforie. Wie zegt "deeleconomie" of "P2P" is niet langer een wereldverbeteraar maar moet zich omgekeerd verdedigen waarom regels worden omzeild en jobs worden uitgehold. 

dinsdag 12 april 2016

Nuit Debout

#‎Nuitdebout‬ wordt aangekondigd als de "Europese Lente". Zowaar al bijna twee weken bezig, maar weggemoffeld in traditionele media. Tot enkele jaren geleden misschien een effectieve strategie om de zaak te laten doodbloeden, in digitale tijden vooral goeie reclame (of dacht je nu echt dat -35jarigen nog lineaire televisie kijken?) 

zondag 27 maart 2016

Genetische informatie: welkom bij elkaar

Bron: www.diysect.com

Deze week is er bij ReaGent de vertoning van Genocracy, een aflevering van de documentaire reeks DIYSECT. De aflevering zal zeker en vast dienen als een goede voedingsbodem voor discussies nadien. Deze blogpost is een korte inleiding.

Genetische informatie

Genocracy bekijkt enkele implicaties van de technologische vooruitgang op vlak van DNA technologie. Door technologische sprongen is het ondertussen mogelijk om in detail en tegen een lage kost ieders genetische code te ontcijferen. Deze informatie kan gebruikt worden voor medische toepassingen, verwantschapstesten, het opstellen van stambomen, archeologie en evolutieleer. Deze zijn van immense waarde voor het begrijpen van de mens.

Door bedrijven als 23andme is een DNA analyse even eenvoudig geworden als een pizza thuis laten leveren. Het prijskaartje ($99 op 26.03.2016) is nog net niet gelijk aan dat van een pizza, maar het scheelt niet zo gek veel meer. Enkele weken later krijg je een mooi vormgegeven overzicht van kenmerken die kunnen afgeleid worden uit jouw DNA. Denk aan kankers en aandoeningen zoals Crohn’s, maar ook persoonlijkheidskenmerken zoals verslavingen. Bij elk kenmerk krijg je een percentage die aangeeft hoe vatbaar je ervoor bent.

Welkom aan jezelf, bij jezelf. Bron: www.23andme.com
Deze informatie kan je bv. de gemoedsrust geven dat jij al dan niet drager bent van een ziekte die in de familie loopt. Als je vatbaar blijkt voor een aandoening, kan je je levensstijl aanpassen en voorzorgen nemen. Het kan een belangrijke rol spelen in je beslissing om kinderen te krijgen.
Mensen kunnen echter ook overreageren en drastische, onnodige veranderingen doorvoeren in hun leven. Het kan een gevoel van voorbestemming creëren bij zij die gevoeliger zijn aan percentages. De ene is gerustgesteld met een 5% kans op prostaatkanker, de ander ligt wakker van zijn 1%. Ook genetische discriminatie, waarbij je gediscrimineerd wordt op basis van je DNA, is sinds enkele jaren actueel.

DNA koopjes

Het addertje van de lage prijzen van zulke DNA analyses zit in de informatie die je DNA kan bevatten. Eens je die informatie op één of andere manier uit handen geeft, heb je geen controle meer over wat ermee gedaan wordt. Net als je vakantiefoto’s en zoekacties, wordt ook je genetische informatie bewaard.

Sommige DNA analysebedrijven verkopen de genetische informatie die ze verzamelen door aan de farmaceutische industrie, maar dat kunnen ook andere bedrijven zijn. Wat als je verzekeringsmaatschappij weet dat je een genetische aanleg hebt voor thrillseeking? Of als bedrijven te weten komen dat je vatbaar bent voor bepaalde verslavingen en je opeens verdacht veel reclame voor alcohol te zien krijgt wanneer je surft. In de digitale technologie wordt er soms gezegd “if you’re not paying, you’re the product”. In het geval van 23andme betaal je bij om het product te mogen zijn.

Open source

Een andere insteek is die van het Personal Genome Project. Dit stelt mensen in staat om hun genetische informatie publiek te maken. De eerste open source mensen lopen al rond. Welcome to us.

Bron: www.openhumans.org
Bedrijven kunnen gebruikmaken van deze genetische data, maar de informatie op zich valt niet te verkopen. Bovendien kan de informatie gebruikt worden door iedereen, zij het om wetenschappelijk onderzoek vooruit te helpen of om gezichten te reconstrueren als kunstproject.

Gaan we naar een toekomst van cosmo-localization toegepast op de mens, met globale genetische informatie over lokale mensen? Wordt genetische informatie de belangrijkste common die we hebben als mensheid? Dit artikel gaat dieper in op genetische informatie als common en op hoe we omgaan met intellectueel eigendom van genetische informatie.

Er zijn verschillende mogelijkheden hoe we kunnen omgaan met DNA technologie. Los van welke optie de beste is, moeten mensen in elk geval geïnformeerd zijn. Dit is belangrijk om weldoordachte beslissingen te nemen of om te kunnen participeren in een discussie. Het is aan wetenschappers om de zaken duidelijk uit te leggen en toegankelijk te maken voor het bredere publiek.


Misbruik en negatieve gevolgen zijn niet eigen aan de keuze die we maken, maar aan de manier waarop we die keuze gebruiken.

dinsdag 22 maart 2016

100% gedeelde mobiliteit

Ik  ging er al een tijdje mee de boer op: Een ambitieus concept (heel erg ambitieus): Zero Ownership Zones. Buurten zonder autobezit.

Na wat marketingadvies (positieve framing) heb ik de term aangepast, sindsdien spreek ik over "Quality neighborhoods". Stel je voor: een buurt met 100% gedeelde mobiliteit. Een buurt waarin we niet inboeten op mobiliteit, maar we rationeel omgaan met het aantal auto's. 100% realistisch, lijkt me.

Waar ik dit concept aftoetste weekte ik nogal reacties los. Het is behoorlijk controversieel. Vandaar ook dat de resolutie van de regering ook geen timing, of concrete stappen voorstelt. De regering stelde via een perscommunicatie dit concept voor: De meerderheidspartijen willen naar een revolutionaire vorm van mobiliteit evolueren. "Dankzij de opkomst van de zelfrijdende auto worden autovloten voor collectief gebruik denkbaar, waarbij de gebruiker per kilometer zou betalen in plaats van zijn auto aan te schaffen", zo staat er in de resolutie

maandag 21 maart 2016

Mag ik nog fouten maken? De toekomst en dilemma’s van online reputatie.

(dit artikel verscheen eerder op Marketingfacts.nl)

Hoe belangrijk mag online reputatie zijn? Op internet maken steeds meer mensen gebruik van marktplaatsen waar zij met vreemden transacties aangaan. Zo kun je je huis verhuren via Airbnb, instappen bij een particuliere chauffeur via Uber of investeren in een toffe gadget op Kickstarter. Dat is best spannend, want op internet is iedereen in principe anoniem en je weet dus niet van te voren of je iemand kunt vertrouwen. In de loop der tijd hebben deze marktplaatsen talloze oplossingen bedacht om vertrouwen te wekken.


Controlesystemen
Zo vragen websites om ID-checks, Facebook-koppelingen en andere verbindingen met bestaande controlesystemen. Dit is slechts het begin. Na iedere transactie beoordelen de vraag- en aanbodzijde elkaar. Hoe was het verblijf in het huis? Was de logé een nette gast? Vaak kun je dit aangeven met een korte tekst (review) of een bepaald aantal sterren.


De platformen vinden deze controles en beoordelingen blijkbaar nog niet genoeg. Zo kondigde Uber onlangs aan de gps-data op de telefoon van chauffeurs te gebruiken
om de rijvaardigheid te monitoren en waar nodig zelfs in te grijpen. Kroodle, een initiatief van verzekeraar Aegon, heeft een soortgelijk product op de markt gezet. Hoe ‘rustiger’ je rijdt, hoe meer korting aan het eind van de maand op je autoverzekering. De eerste poot onder het collectiviteitsprincipe van verzekeringen is onder de stoel vandaan gezaagd. Nu gaat het nog om korting, maar je snapt dat dit slechts het begin is.


Steeds verder
Reputatie- en waarderingssystemen zullen steeds meer gebruikt worden. Ze worden voor meer zaken ingezet en databases (data uit apps, maar ook koppeling met bankrekening, profiel en gedrag van vrienden, etc.) worden met elkaar verbonden. Hoe meer informatie je hebt over gebruikers, hoe beter het reputatieprofiel. Met zo'n persoonlijk profiel kun je slecht gedrag straffen met uitsluiting en goed gedrag belonen met meer toegang en privileges. Transparantie in handelswijzen ontbreekt, gewenst gedrag wordt gestimuleerd en eenmaal buiten de boot gevallen is dikke pech. En het wordt allemaal steeds makkelijker via automatische algoritmes.


De systemen die websites nu gebruiken, zijn nog in een prille fase. Je zou zeggen je met een systeem op basis van vijf sterren best goed bezig bent als je een score van vier hebt. Toch ben je als je bij Uber op de strafbank beland als je minder dan 4,6 sterren hebt. En dat terwijl de chauffeur geen volledige controle heeft over de beleving van de klant. Slecht weer, een file, ongeluk of problemen met de app hebben direct invloed op de eindscore. Daarnaast zullen zuinige Nederlanders waarschijnlijk gemiddeld een lagere score geven dan joviale Amerikanen. Heeft de klant een dag later spijt van zijn lage beoordeling, dan is het niet mogelijk om de waardering te herzien.


Schizofreen
Hoe beter en completer de online reputatie, hoe groter de kans op werk voor Uber-chauffuers. Deze reputatie wordt opgebouwd uit waarderingen over kleine opdrachtjes. Een Uber-chauffeur zal iedere werkdag een keer of twintig worden ‘gewaardeerd’. Natuurlijk ga je voor een optimale klantbeleving, maar vraag je eens af wat dit met jou als mens doet. Het continu moeten pleasen, geen fouten mogen maken, je gedrag aanpassen aan de standaard die Uber als merk neer wil zetten. Geen enkele ruimte om te experimenteren. Afwijkend gedrag loopt een grote kans te worden afgestraft, met uitsluiting tot gevolg. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik zou hier compleet schizofreen van worden.


Wie bepaald wat 'goed' is?
Eerder gaf ik al aan dat de systemen niet perfect zijn. Dat zit niet alleen in de techniek, maar ook in de interpretatie van wat 'goed' en wat 'slecht' is. Dit is namelijk situationeel gebonden. Wanneer ik met mijn kinderen in een Uber stap, wil ik dat de chauffeur rustig rijdt, maar als ik alleen ben en een vliegtuig moet halen, dan zal ik een pittige rijstijl alleen maar waarderen. In beide gevallen zullen gps-algoritmes de chauffeur straffen -hij of zij rijdt immers of veel te langzaam of te snel- maar ik als klant ben reuze tevreden. Huur je een schoonmaakster via een bemiddelingsplatform als Helpling, dan kom je dezelfde dilemma’s tegen. Wat is een goede schoonmaakster? De een hecht veel waarde aan punctualiteit, de ander aan de schoonmaakkwaliteiten of een gezellig praatje.


Hoe belangrijk is vertrouwen?
Platformen zeggen dat het creëren en monitoren van vertrouwen een van hun belangrijkste toegevoegde waarden is. De vraag is alleen: wordt het belang van online reputatie niet te veel opgeblazen? Ratings zijn gebaseerd op rationele data, terwijl wij als mens geen rationele beslissingen maken. Ik koop een huis ver boven de vraagprijs op mijn onderbuikgevoel en laat een relatief onbekende op mijn meest kostbare bezit -mijn kinderen- passen wanneer ik een avondje met mijn vriendin ga dineren. De platformen doen ons geloven dat online vertrouwen heel belangrijk is, zie ook dit korte fragment



Zij hebben hier ook belang bij: het feit dat jij een vreemde niet zomaar vertrouwt (de standaard = wantrouwen) heeft een grote invloed op hun bestaansrecht. Wat zou er gebeuren wanneer we de standaard op ‘vertrouwen’ zetten?


Het is belangrijk om ons dit af te vragen. Zoals eerder gezegd zullen reputatiesystemen voor veel meer zaken gebruikt worden. En dat kunnen goede, maar ook slechte of discutabele doelen zijn.


Sesame Score
Zo kan reputatiedata ondernemers zonder kredietverleden in minder ontwikkelde landen helpen om een lening te krijgen. Maar het kan ook de andere kant op gaan. Filosoferend over de mogelijkheden kom je al snel terecht bij scenario’s die in het boek ‘The Circle’ van Dave Eggers worden beschreven. Het lijkt erop dat de fantasie van de schrijver door de werkelijkheid is ingehaald. Eind december vorig jaar werd bekend dat China een nationale online reputatiescore ontwikkelt: de Sesame Score. Doordrenkt met slimme gameification-technieken. Nu nog optioneel, maar vanaf 2020 verplicht voor de gehele bevolking. The Independent zocht uit hoe dit systeem werkt: “The system measures how obediently citizens follow the party line, pulling data from social networks and online purchase histories.” (China has made obedience to the state a game) En dan is een scenario als in The Circle opeens heel erg dichtbij.


Vormgeven van de toekomst
Daarom is het tijd om na te denken over de reputatiesystemen van de toekomst. Over eigenaarschap van data: reputatiedata is goud -of beter gezegd: lijm- voor platformen. Daarom zal de interpretatie van deze data nooit objectief zijn, maar ten gunste van het (verdien)model van het platform.

Verder moet iedereen kunnen leren van zijn fouten. De huidige systemen staan dat niet toe. Daarom moeten we nadenken over een systeem dat rekening houdt met de ontwikkeling van de mens op de lange termijn. Een systeem waar ruimte is ingebouwd voor fouten en waar je het recht hebt te experimenteren en misstappen vergeten kunnen worden. Omdat we anders in een situatie terecht komen waar afwijkend gedrag, gedrag dat al eeuwen heeft geleid tot nieuwe innovaties en de groei van het zíjn van de mens, in de kiem wordt gesmoord.

dinsdag 15 maart 2016

Biologie als instrument voor verandering

ReaGent is een vzw die biowetenschappen toegankelijker maakt. Onder de biowetenschappen vallen onder andere biotechnologie, landbouw en voedingstechnologie. We doen dit door kennis en infrastructuur te delen. Met het kennisdelen maken we biowetenschappen begrijpelijk op een praktijkgerichte en maatschappelijk relevante manier. Dit gebeurt door peer-based learning in het gedeelde labo en via de open source community. Daarnaast organiseert ReaGent ook actief workshops voor kinderen en volwassenen.

De infrastructuur is het gedeelde Do-It-Yourself labo, waar de toestellen en materialen aanwezig zijn om aan biowetenschappen te doen. Kennis wordt zo in de praktijk omgezet en de infrastructuur doet dienst als instrument voor het maken.

Het Open Insulin Project. Bron: Open Insulin Project.

Dat er veel potentieel zit in biowetenschappen als instrument bewijzen de citizen scientists, de burgers zelf. Voorbeelden zijn het Open Insulin Project of Open Source Bioreactors. Beetje bij beetje ontdekken mensen mogelijkheden om autonoom aan wetenschap te doen. Om te beslissen hoe en waarvoor wetenschap waarde kan creëren in hun dagelijkse leven. En om te beslissen wat er met de kennis gebeurt nadat die ontdekt is.

Citizen science

Citizen science is tot voor kort op de achtergrond geraakt. Ze genoot vroeger geloofwaardigheid en produceerde ook erg waardevolle kennis. Denk aan Isaac Newton en Benjamin Franklin. Zelfstandig aan wetenschap doen was echter meestal weggelegd voor de rijksten, die de middelen hadden hiervoor. Maar met meer en meer wetenschappelijke en technologische vooruitgang, werd het ook voor hen moeilijker zichzelf van de nodige infrastructuur te voorzien om nog waardevol onderzoek te doen. De institutionalisering van onderzoek leidde ertoe dat citizen science langzaamaan niet meer serieus genomen werd. De stimuli om ermee te beginnen waren weg. De mensen vertrouwden in het systeem om vooruitgang te brengen en dat die vooruitgang tot bij hen zou komen en ondubbelzinnig positief zou zijn.


Hubblesite: citizen science projecten om de ruimte te verkennen. Bron: hubblesite.org

Sinds enkele jaren is er een shift in perspectief. Citizen science begint zijn aantrekkingskracht terug te vinden. Mensen vertrouwen niet meer blindelings in het systeem. De beloofde ondubbelzinnige voordelen blijven uit. Biowetenschappers hebben ingezien dat hun jonge onderzoeksveld dezelfde fouten maakt als andere industrieën. De gevolgen van die fouten worden vandaag nog sterker geamplificeerd dan vroeger, door de ongeziene schaal en connecties in onze samenleving vandaag. 

Katalysator

Een mogelijke oplossing voor deze fouten heeft zijn wortels in technologie. Gedecentraliseerde productie stelt ons in staat om de instrumenten voor biologie zelf te maken. Zo zijn onder andere 3D-printing en laser cutting de katalysators geweest om autonoom aan biowetenschappen te doen. 

Globale kennis, met lokale infrastructuur. Iemand in België kan met een brooddoos en wat elektronica een gelelektroforesetoestel maken die iemand in Australië ontworpen heeft. Do-It-Yourself biolabo’s kunnen ingericht worden voor een fractie van de vroegere kost. Voorheen was het voor een biowetenschapper nagenoeg onmogelijk om los van instituten zijn kennis nuttig maken ten dienste van de gemeenschap.

Daarnaast is de klassieke industrie rond biowetenschappen traag en log geworden. Lange dagen kloppen in een labo voor een onderzoek zonder kans op resultaat binnen de 5 jaar, begint te knagen, zelfs als het loon royaal is. De gouden kooi verliest zijn charme. De experts die er werken hebben nood aan een frisse wind en een verse portie ideologie.

De industrie bevat bovendien veel inefficiënties. Zoals toestellen die jarenlang niets staan te doen in labo’s, tot ze uiteindelijk afgevoerd worden. Strenge standaarden zorgen ervoor dat de kleinste afwijking reeds genoeg reden is om een toestel aan de kant te zetten. Steeds sneller veranderende technologie maakt toestellen vaak al na enkele jaren irrelevant, doordat er steeds nieuwer en beter beschikbaar is. Dit zijn geen uitzonderingen: het gebeurt in elk labo en op grote schaal. Deze toestellen zijn nog perfect bruikbaar voor citizen scientists. Voor een bedrijf of universiteit zijn ze waardeloos of zelfs een blok aan het been. Voor een DIY biolabo zoals ReaGent vormt het een goudmijn. Het is een win-win: het bedrijf is opgeruimd en wij kunnen er waardevolle dingen mee doen.

Drie antieke, werkende incubatoren (broedstoven voor bacteriën) die we gered hebben uit een kelder.

Kennis

Biowetenschappen zullen in de toekomst een fundamentele rol spelen in onze samenleving. Denk maar aan biodegradeerbare materialen, nieuwe vormen van landbouw en nieuwe vormen van energie of licht. Om de evolutie naar een duurzame samenleving te versnellen en te vergemakkelijken, geeft ReaGent de mensen een basis in biowetenschappen mee. Een basis die vele vormen kan aannemen naargelang de persoon, maar steeds enkele gemeenschappelijke kenmerken heeft: ze vertrekt vanuit interesses en nieuwsgierigheid en ze wordt gekaderd binnen een maatschappelijke context.

Geletterdheid in wetenschappen is bovendien belangrijk om een correct en kritisch beeld te vormen van de veranderingen die op ons afkomen. De grenzen van het mogelijke op vlak van biologie worden elke week verlegd. Deze grensverleggingen hebben vaker dan in andere onderzoeksvelden direct betrekking op de mens en zijn lichaam. De prijs om een menselijk genoom volledig te ontcijferen is de afgelopen jaren onwaarschijnlijk snel gedaald. Als je huisarts binnen 10 jaar gebruikmaakt van deze technologie, dan ben je liefst op de hoogte van de gevolgen.

De prijs om het volledige DNA van een mens te ontcijferen is de laatste jaren drastisch afgenomen. Bron: www.genome.gov
Een evenwichtige verdeling van kennis is noodzakelijk om te verzekeren dat belangrijke beslissingen genomen worden op basis van een open debat. De kennis moet open zijn om in evenwicht te zijn. Maar ze moet ook toegankelijk en dus begrijpelijk zijn. Vergelijk het met een open pretpark met gratis ingang: als er geen weg naartoe gaat, dan hebben slechts weinig mensen er iets aan.

We hebben de digitale revolutie nog niet eens heelhuids overleeft en de biologische revolutie is al gestart. Deze biologische revolutie kan de mens als organisme en als onderdeel van een ecosysteem fundamenteel wijzigen. Ze kan nóg sneller gaan dan de digitale. We hebben er alle belang bij om voorbereid te zijn.

ReaGent

Mensen met gelijk welke voorkennis kunnen bij ReaGent terecht. Als beginner die wilt bijleren over biowetenschappen zal je snel de knepen van het vak leren. Als biowetenschapper kan je aan de slag met de toestellen die er zijn en je eigen onderzoek beginnen. Kunstenaars pikken biologie meer en meer op als medium. In het labo als ontmoetingsplaats ontstaan interessante samenwerkingen tussen disciplines.
Misschien heb je een eigen idee dat je wilt onderzoeken, maar je kan evengoed meewerken met iemand anders of geïnspireerd worden door de mogelijkheden die het labo biedt. ReaGent helpt je in elk geval om het mogelijk te maken.


[Verslag] Assembly of the Commons II/2: Rogier De Langhe

Elinor Ostrom deed heel wat onderzoek naar commons en welke motivaties daar achterzitten. “Dat klinkt normaler dan het is, want in het traditionele model van een vraag-en-aanbod-economie, is een common onmogelijk”, licht Rogier De Langhe toe. “We noemen dat de tragedy of the commons. Terwijl de conclusie van Ostrom duidelijk is: “commons bestaan wel." Hoe zit dat dan, en hoe past dat in economisch denken? Dat was de rode draad door deze tweede ‘Assembly of the commons’ op dinsdag 8 maart in Timelab Gent.

Goed, een avond met een wetenschapper, zeker met een filosoof, moét wel beginnen met een vraag tot definitie: wat is een common? Volgens Rogier is dat een platform om samen dingen te doen met drie elementen:
  • platform: afspraken en regels (impliciet of expliciet)
  • samen: niet individueel, common heeft maar zin indien het geheel meer is dan de som van de delen
  • doen: productieve activiteiten
En na de definitie: de vraagstelling. Die luidt, enigszins verrassend, niet zozeer of commons wel bestaan, maar eerder ‘waarom zijn we ze vergeten’? En daaraan gekoppeld ‘vanwaar de hernieuwde interesse’?


De schaarste van een goed bepaalt zijn prijs en het feit of je dat goed kunt afsluiten bepaalt of je die prijs kunt afdwingen. Dat vat zichzelf samen in onderstaand kwadrant: 


Private goederen zijn afsluitbaar (exclusief) en niet gedeeld (rivaal). sinds de industriële revolutie hebben we een verregaande vorm van commodificatie, waardoor de economie zich steeds meer is gaan richten op die private goederen. Ook je eigen tijd ontsnapt er niet aan: een job is niet meer dan uren van jou verkopen voor een loon.
Commons zijn vergeten door diezelfde commodificatie. Ze komen terug door digitalisering.
Dat komt door een paar revoluties die hand in hand gaan:

  1. zero marginal cost revolution: van schaarste naar overvloed. Digitale goederen kosten niet meer als je er meer van maakt (fysieke goederen worden goedkoper, maar eens je meer fabrieken moet bouwen worden ze weer duurder). Dat geldt trouwens niet alleen voor digitale producten. Neem nu een deelauto: het is niet omdat dat een fysiek object is, dat het niet digitaliseerbaar is. Je hebt niet de last en de kost van het auto bezitten. De informatie die je daarvoor nodig hebt, vloeit digitaal door. Vroeger had je voor iets als Cambio veel meer mensen nodig om bijvoorbeeld de backoffice te organiseren, en zou dat gewoon niet betaalbaar zijn.
  2. network revolution: van afsluitbaar naar niet-afsluitbaar, zoals in:
  • Van video naar Netflix 
  • Van cd naar Spotify
  •  Van reisbureau naar Booking.com
  • Van bibliotheek naar torrents
De combinatie van de zero marginal cost revolutie en de netwerkrevolutie in de “digitale revolutie” maakt heel wat zaken in onze maatschappij overvloediger en heel wat regels en afbakeningen minder afdwingbaar. Voor het eerst sinds de Industriële Revolutie lijkt het patroon van vooruitgang door steeds verdergaande commodificatie doorbroken. Dat op zich al is voor Rogier De Langhe een indicatie van het belang van de veranderingen die zich momenteel aan het voordoen zijn. "De consumptiemaatschappij is er niet altijd geweest en hoeft er ook niet altijd te zijn."

De volgende Assembly of the Commons vindt plaats op dinsdag 12 april vanaf 19u bij Triodos Bank, Steendam 8 in Gent. Tine Hens zal het er met ons hebben over “klein verzet”. 

Assembly of the Commons II/3: Tine Hens

Journaliste Tine Hens trok vorig jaar door Europa, waar talloze mensen mensen op zoek zijn naar een andere economie. Ze werken aan menselijke alternatieven voor concurrentie en groei. Ze schreef er ook een boek over: Het Klein Verzet. In dat boek neemt ze de lezer mee langs vergeten utopieën, ze vertelt het verhaal van mensen die van Denemarken tot Griekenland en van Groot-Brittannië tot Letland heel hard trappen om niet zo snel vooruit te gaan. Maar die op hun manier wel hun straat, wijk, dorp of stad een andere richting op duwen. Ze maakte een tocht langs vergeten utopieën, langs boeren die elektriciteit verkopen, langs ingenieurs die boeren werden, langs kiwi’s van eigen kweek, langs mensen die hebben en kopen inwisselden voor ruilen, delen en geven.

Hoe zou de wereld na het kapitalisme eruit zien? Wat betekent het om plots groei als maatstaf der dingen los te laten? En hoe zou een andere mogelijke maatstaf kunnen ogen? Wat als we met z’n allen beslissen dat niet de economie ons bepaalt maar dat wij de economie zijn? Op onze volgende Assembly of the Commons gaan we samen met Tine op zoek naar antwoorden op deze vragen.

Triodos Bank Gent is deze maand onze gastheer. Deze Assembly zal doorgaan op 12 april vanaf 19u op hun kantoor op de Steendam (no.8) in Gent. De plaatsen zijn beperkt, daarom is vooraf inschrijven noodzakelijk. Schrijf je hier in.


Programma
19u00 – 19u30: Onthaal
19u30 – 21u: Interactieve bespreking ‘Het klein verzet’ door Tine Hens
21u – 22u: Receptie


De Assembly of the Commons in Gent is een maandelijks event voor wie actief is in de commons/p2p/deeleconomie. In een informele setting ontvangen we onze spreker, waarna ruim tijd is voor debat en dialoog. Triodos zal zo vriendelijk zijn om ons dan ook een glaasje aan te bieden.  

Lees hier het verslag van onze vorige Assemblies met Peter Rosseel over digitale verandering en Rogier De Langhe over Elinor Ostrom en commons.  

 Bekijk hier de volledige agenda van de Assembly of the Commons voor het voorjaar 2016.


vrijdag 11 maart 2016

ReaGent: opening van een gedeeld biolabo

ReaGent is een nieuw community biolabo in Gent, het eerste in Vlaanderen. Het is een platform dat biowetenschappen toegankelijker maakt. Onder de biowetenschappen vallen onder andere biotechnologie, landbouw en voedingstechnologie. 

ReaGent democratiseert de toegang tot biowetenschappen door de nodige kennis, toestellen en materialen te delen. Zo worden mensen bekend met biowetenschappen, die een fundamentele rol zullen spelen in de duurzame samenleving van de toekomst. Dit kan gaan van een dieper begrip van je moestuin, tot een betere manier om kombucha te kweken of om je eigen afval te verwerken.

Op zaterdag 12 maart vieren we de afwerking van het labo en is er een opendeurdag. Iedereen is welkom om het labo te bekijken en om te zien waar de leden zoal mee bezig zijn. Wie wil, kan natuurlijk zelf ook aan de slag!

Afspraak op zaterdagnamiddag 11 maart van 14u tot 19u in de Brusselsepoortstraat 97.

Ritdeelplatform wordt parallelle spoorwegmaatschappij: BlaBlaCar

BlaBlaCar werd ontwikkeld in Frankrijk maar is ondertussen actief in 19 landen onder namen zoals mitfahrgelegenheit.de en carpooling.com. Dit filmpje is een visualisatie van de ritten uitgevoerd door BlaBlaCar over de periode van een week. De visualisatie toont in feite de ongebruikte capaciteit die toch kan worden ontgonnen dankzij een digitaal platform.


BlaBlaCar is vooral interessant voor langere ritten tussen steden. Het vervult dus dezelfde functie als de trein, zonder dat er stations, spoorwegen, seinhuizen en overwegen voor nodig zijn. Het aantal extra passagiers dat ermee wordt vervoerd is ondertussen ook van eenzelfde grootteorde.

BlaBlaCar heeft in feite een parallel spoornetwerk gebouwd, zonder één enkele investering in staal of beton. Dit illustreert hoe deeleconomie zorgt voor vooruitgang niet zozeer door steeds te groeien, maar door meer te doen met wat we al hebben.

vrijdag 4 maart 2016

Assembly of the Commons II/2: Rogier De Langhe




Volgende week houden we een nieuwe Assembly of the Commons. Spreker deze maand is Rogier De Langhe over Elinor Ostrom en de Commons. De Assembly gaat door in Timelab op 8 maart om 20u. Voor een korte beschrijving, check ons Facebookevent.

De Assembly of the Commons in Gent is een maandelijks event voor wie actief is in de commons/p2p/deeleconomie. In een informele setting ontvangen we een spreker, waarna ruim tijd wordt gemaakt voor dialoog en netwerking. 

Lees hier het verslag van onze vorige Assembly met Peter Rosseel over digitale verandering 

 Bekijk hier de volledige agenda van de Assembly of the Commons voor het voorjaar 2016.  


ABSTRACT:Economen veronderstellen dat mensen elkaar zullen bedriegen wanneer ze de kans krijgen. Speltheoretische modellen tonen met wiskundige zekerheid dat wanneer mensen samenwerken, verraad de enige rationele optie is. Dit verklaart onder meer de “tragedy of the commons” waarbij boeren uit eigenbelang hun gemeenschappelijke weiden laten verkommeren.

De centrale instituties in onze maatschappij zijn gebouwd op dat wantrouwen. De oplossing voor de tragedie was namelijk de creatie van eigendomsrechten. Rationele individuen dragen immers wel zorg voor hun eigen bezit. Om die bezittingen te verhandelen werden markten gecreëerd en om die goed te laten functioneren waren contracten nodig. Eigendomsrechten en contracten afdwingen en nieuwe markten openen werd vervolgens de taak van natiestaten.

Maar wat als zou blijken dat we elkaar wél kunnen vertrouwen? Voor haar onderzoek naar deze vraag kreeg de Amerikaanse econome Elinor Ostrom in 2009 de Nobelprijs voor economie. Haar leven lang verzamelde ze wereldwijd empirisch materiaal over het beheer van “commons” zoals gemeenschappelijke visvijvers, bossen en irrigatiekanalen. Haar onderzoek toont ontegensprekelijk dat mensen er heus wel in slagen om gemeenschappelijke goederen samen te beheren, zolang ze maar met elkaar kunnen communiceren. Iets waarmee de wiskundige modellen geen rekening hadden gehouden.

Lange tijd veronderstelden we op basis van wiskundige argumenten dat voor onze centrale instituties geen alternatief bestaat. Maar toen iemand op het idee kwam om de aannames waarop die argumenten gebaseerd zijn, zelf eens te onderzoeken, bleken die helemaal niet te kloppen. De “tragedy of the commons” is geen natuurwet, maar een resultaat van een toevallige historische omstandigheid. Door de Industriële Revolutie werd de productieschaal globaal, terwijl onze communicatiemiddelen niet evenredig meegroeiden. Op kleinschalig niveau bleven commons bestaan, maar op globaal niveau konden ze niet meeschalen en namen andere instituties de economie over.

De digitale revolutie maakt momenteel een eind aan deze situatie. Ook communicatie is plots globaal geworden. Daarmee kunnen commons in principe opnieuw opduiken. En dat is precies wat er vandaag gebeurt met Wikipedia, YouTube en Linux. Denkers als Jeremy Rifkin en Michel Bauwens noemen het “collaborative commons”. Het zijn geen markten maar platforms die worden gereguleerd door dezelfde mensen die ze gebruiken. Ze zijn de basis voor nieuwe visies op economie zoals collaboratieve economie, peer-to-peer economie en deeleconomie.

Dat plots allerlei alternatieve economische wereldbeelden opduiken is geen toeval. Het bestaan van bijvoorbeeld Wikipedia is niets minder dan een anomalie voor ons klassieke economische denken. Het platform kent geen financiële incentives en wordt niet van bovenaf gereguleerd. Toch slagen gebruikers erin om door zelfregulering hun individuele arbeid collectief productief te maken in wat ondertussen de grootste, goedkoopste en meest geconsulteerde encyclopedie ter wereld is.

Deze omwenteling in het economisch denken illustreert de manier waarop paradigma’s ons denken structuren. Paradigma’s zijn aannames over de wereld die we maken om ons onderzoek overzichtelijk te houden. Ze zijn de voorwaarden voor verder onderzoek en worden zelf dan ook zelden onderzocht. Wanneer die aannames worden ondermijnd, kan dit leiden tot een shift niet enkel van die aannames zelf maar ook van alle kennis die op die aannames werd gebouwd. Dit is wat Thomas Kuhn een wetenschappelijke revolutie noemt. Het werk van Elinor Ostrom is een voorbeeld van een wetenschappelijke revolutie.