De stad Brussel heeft deze week een batterij regels opgelegd aan wie logies verhuurt via Airbnb.
Posts tonen met het label beleidskader deeleconomie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label beleidskader deeleconomie. Alle posts tonen
dinsdag 29 maart 2016
donderdag 18 februari 2016
Mini-jobs voor iedereen!?
Minister voor de Digitale Agenda Alexander Decroo neemt de leiding in het debat rond het creëren van een beleidskader voor de deeleconomie.
Kleine bedragen die op onregelmatige basis worden verdiend, worden momenteel getaxeerd aan 33% als "diverse inkomensten" in de inkomensbelasting. Die drempel is volgens de minister veel te hoog en de procedure te complex. Hij denkt aan "een minimale belastingheffing tot een bepaalde inkomensdrempel." Om de procedure te vereenvoudigen wil hij de heffing afhandelen op het niveau van de platforms in plaats van de individuele gebruikers. Bijvoorbeeld in Amsterdam is het nu al zo dat het platform Airbnb automatisch toeristenbelasting afhoudt, waardoor zowel overheden als gebruikers veel moeite wordt bespaard. Dit soort deals met overheden kan voor de platforms een kwaliteitslabel zijn.
Met de nieuwe regeling wil de minister de groeiende groep mini-ondernemers in de deeleconomie een zeer lichte fiscale en sociale regeling geven. Op termijn droomt de minister ervan om alle platformen te aggregeren. Hij spreekt van een "ondernemers- of P2P-paspoort" waarop platforms maandelijks laten weten welke inkomsten een bepaalde persoon heeft verkregen.
Krijgt de inkomensstroom een regelmatig karakter, dan moet je zelfstandig in bijberoep worden. Decroo pleitte eerder al voor een vereenvoudiging van het statuut van zelfstandige in bijberoep. Zijn partij lanceerde ook het idee om bijverdiensten tot 500 euro per maand belastingvrij te maken.
Iedereen ondernemer? Peter De Keyzer ziet vier redenen waarom dit zo zou moeten zijn. Volgens anderen zet het de deur open voor mini-jobs waar niemand beter van wordt. Men kan zich de vraag stellen of de overheid dit soort economie wel moet faciliteren.
Dit is denk ik een foute vraag want ze vooronderstelt een soort almacht van overheden om wat in de maatschappij gebeurt, volledig te orkestreren. Die maatschappij heeft haar eigen dynamiek en overheden kunnen die dynamiek hoogsten beïnvloeden door de incentivestructuur waarbinnen die dynamiek zich afspeelt te wijzigen. De vraag is niet of dit soort economie mag bestaan of niet. Ze bestaat al, punt. Je kan ze negeren of proberen fnuiken, maar dit zal wellicht niet het gewenste effect hebben. Slechte of te strakke regelgeving speelt in de kaart van de grootste spelers; enkel de Ubers van deze wereld hebben het soort firepower om een procedureslag met de overheid te kunnen uitzitten. Daarom waarschuwde ik een tijd geleden dat de overheid de deeleconomie in handen van multinationals duwt. De belangrijkste vraag is daarom uiteindelijk hoe je ze gaat reguleren op een manier die de voordelen promoot en de nadelen vermijdt.
Om daartoe te komen is een nieuw beleidskader zeker nodig, omdat de bestaande hokjes helemaal niet aangepast zijn aan de nieuwe realiteit. Een eerdere reflex om vanuit een "level playing field" gedachte de bestaande regels voor onder meer horeca zonder meer toe te passen op hobbykoks, dreigde het spontane gedeelte van de deeleconomie te fnuiken. Het idee om financiële en juridische drempels te verlagen voor kleinschalige activiteiten van particulieren komt tegemoet aan deze bezorgdheid. Een nieuwe niche zoals deze heeft meer baat bij diversiteit en experiment dan bij premature regelgeving van activiteiten die we nog niet goed verstaan. Dat bleek onlangs nog toen de fiscus een mal figuur sloeg door binnen te vallen bij hobbykoks die in het beste geval enkele honderden euro's per jaar verdienden.
Nieuw kader nodig om #sharingeconomy in België te laten groeien (1) https://t.co/MfO9yqvcvA— Alexander De Croo (@alexanderdecroo) 18 februari 2016
Kleine bedragen die op onregelmatige basis worden verdiend, worden momenteel getaxeerd aan 33% als "diverse inkomensten" in de inkomensbelasting. Die drempel is volgens de minister veel te hoog en de procedure te complex. Hij denkt aan "een minimale belastingheffing tot een bepaalde inkomensdrempel." Om de procedure te vereenvoudigen wil hij de heffing afhandelen op het niveau van de platforms in plaats van de individuele gebruikers. Bijvoorbeeld in Amsterdam is het nu al zo dat het platform Airbnb automatisch toeristenbelasting afhoudt, waardoor zowel overheden als gebruikers veel moeite wordt bespaard. Dit soort deals met overheden kan voor de platforms een kwaliteitslabel zijn.
Met de nieuwe regeling wil de minister de groeiende groep mini-ondernemers in de deeleconomie een zeer lichte fiscale en sociale regeling geven. Op termijn droomt de minister ervan om alle platformen te aggregeren. Hij spreekt van een "ondernemers- of P2P-paspoort" waarop platforms maandelijks laten weten welke inkomsten een bepaalde persoon heeft verkregen.
Krijgt de inkomensstroom een regelmatig karakter, dan moet je zelfstandig in bijberoep worden. Decroo pleitte eerder al voor een vereenvoudiging van het statuut van zelfstandige in bijberoep. Zijn partij lanceerde ook het idee om bijverdiensten tot 500 euro per maand belastingvrij te maken.
Iedereen ondernemer? Peter De Keyzer ziet vier redenen waarom dit zo zou moeten zijn. Volgens anderen zet het de deur open voor mini-jobs waar niemand beter van wordt. Men kan zich de vraag stellen of de overheid dit soort economie wel moet faciliteren.
Dit is denk ik een foute vraag want ze vooronderstelt een soort almacht van overheden om wat in de maatschappij gebeurt, volledig te orkestreren. Die maatschappij heeft haar eigen dynamiek en overheden kunnen die dynamiek hoogsten beïnvloeden door de incentivestructuur waarbinnen die dynamiek zich afspeelt te wijzigen. De vraag is niet of dit soort economie mag bestaan of niet. Ze bestaat al, punt. Je kan ze negeren of proberen fnuiken, maar dit zal wellicht niet het gewenste effect hebben. Slechte of te strakke regelgeving speelt in de kaart van de grootste spelers; enkel de Ubers van deze wereld hebben het soort firepower om een procedureslag met de overheid te kunnen uitzitten. Daarom waarschuwde ik een tijd geleden dat de overheid de deeleconomie in handen van multinationals duwt. De belangrijkste vraag is daarom uiteindelijk hoe je ze gaat reguleren op een manier die de voordelen promoot en de nadelen vermijdt.
Om daartoe te komen is een nieuw beleidskader zeker nodig, omdat de bestaande hokjes helemaal niet aangepast zijn aan de nieuwe realiteit. Een eerdere reflex om vanuit een "level playing field" gedachte de bestaande regels voor onder meer horeca zonder meer toe te passen op hobbykoks, dreigde het spontane gedeelte van de deeleconomie te fnuiken. Het idee om financiële en juridische drempels te verlagen voor kleinschalige activiteiten van particulieren komt tegemoet aan deze bezorgdheid. Een nieuwe niche zoals deze heeft meer baat bij diversiteit en experiment dan bij premature regelgeving van activiteiten die we nog niet goed verstaan. Dat bleek onlangs nog toen de fiscus een mal figuur sloeg door binnen te vallen bij hobbykoks die in het beste geval enkele honderden euro's per jaar verdienden.
zaterdag 6 februari 2016
Huurders mogen niet delen
In de praktijk zullen Belgen die een pand huren dat pand niet langer op Airbnb kunnen zetten. Een Brugse vrederechter oordeelde dat verhuur via Airbnb gelijk is aan onderverhuur. De woninghuurwet verbiedt onderverhuur, tenzij er expliciete toestemming is van de verhuurder. De meeste huurcontracten verbieden onderverhuur. Bovendien zal onderverhuring worden verboden door het nieuwe logiesdecreet dat later dit jaar in werking treedt. Dat decreet regelt hoe onderkomens aan toeristen mogen worden verhuurd.
Opmerkelijk aan de uitspraak is voorts dat ze ook geldt wanneer de originele huurder in het pand blijft tijdens de verhuurperiode. "Tijdens het verblijf sliep mijn cliënt op de zetel in de woonkamer en kon de gast in de slaapkamer slapen", verklaarde de advocaat van de huurder.
Deze rechtszaak is een precedent. Ze zal ongetwijfeld worden gebruikt in soortgelijke zaken in de toekomst. De beslissing van de Brugse rechter heeft zo gevolgen voor alle mensen die hun huurwoning verhuren via Airbnb.
Zoals steeds met nieuwe regelgeving voor de deeleconomie is de vraag: waar trek je de grens? Nieuwe technologie laat mensen toe zich makkelijker te organiseren tot bvb. een B&B, een taxi of een restaurant en elkaar makkelijker te vinden. De grijze zones in onze economie worden zo steeds groter. Daar waar de gevolgen van regulering in de formele economie beperkt blijven, is de kans op schadelijke neveneffecten veel groter bij het reguleren van de grijze zones van de informele economie.
Zo is het maar de vraag of couchsurfing nog kan als daar een vergoeding tegenover staat. Wat met vergoedingen in natura of tegen kostprijs? Bij wie ligt de bewijslast om te tonen dat er géén vergoeding aan te pas kwam? Zullen vrienden nog mogen blijven overnachten? Wat als die vrienden in ruil bijvoorbeeld een etentje aanbieden? En wat met Facebook-"vrienden"? Of tellen Facebookvrienden niet als echte vrienden? (Is een relatie waarbij de partners elkaar via Tinder leerden kennen dan ook geen echte relatie?) Of zul je minimaal 6 maanden bevriend moeten zijn voor het mag?
De nieuwe technologische mogelijkheden maken onderscheiden die vroeger duidelijk te maken waren, steeds vager. Cases zoals Airbnb en Uber zijn daarom wellicht nog maar het begin. De eerste barstjes in de dam, zeg maar. Strenge regels gebaseerd op vage onderscheiden kunnen makkelijk worden omzeild, en zullen dat ook vaker worden omdat hun arbitraire karakter hun legitimiteit ondermijnt. Het afdwingen ervan zal steeds meer kosten en hun effect zal steeds kleiner zijn. Dat we nieuwe situaties eerst in de bestaande kaders proberen proppen is begrijpelijk, maar zal op termijn wellicht onhoudbaar blijken.
Laat ons samen nadenken over nieuwe manieren om de deeleconomie te beheren. Manieren die niet rusten op vage en arbitraire onderscheiden. Hier alvast een aanzet daartoe: "Hoe de overheid Uber kan verslaan"
Opmerkelijk aan de uitspraak is voorts dat ze ook geldt wanneer de originele huurder in het pand blijft tijdens de verhuurperiode. "Tijdens het verblijf sliep mijn cliënt op de zetel in de woonkamer en kon de gast in de slaapkamer slapen", verklaarde de advocaat van de huurder.Deze rechtszaak is een precedent. Ze zal ongetwijfeld worden gebruikt in soortgelijke zaken in de toekomst. De beslissing van de Brugse rechter heeft zo gevolgen voor alle mensen die hun huurwoning verhuren via Airbnb.
Zoals steeds met nieuwe regelgeving voor de deeleconomie is de vraag: waar trek je de grens? Nieuwe technologie laat mensen toe zich makkelijker te organiseren tot bvb. een B&B, een taxi of een restaurant en elkaar makkelijker te vinden. De grijze zones in onze economie worden zo steeds groter. Daar waar de gevolgen van regulering in de formele economie beperkt blijven, is de kans op schadelijke neveneffecten veel groter bij het reguleren van de grijze zones van de informele economie.
Zo is het maar de vraag of couchsurfing nog kan als daar een vergoeding tegenover staat. Wat met vergoedingen in natura of tegen kostprijs? Bij wie ligt de bewijslast om te tonen dat er géén vergoeding aan te pas kwam? Zullen vrienden nog mogen blijven overnachten? Wat als die vrienden in ruil bijvoorbeeld een etentje aanbieden? En wat met Facebook-"vrienden"? Of tellen Facebookvrienden niet als echte vrienden? (Is een relatie waarbij de partners elkaar via Tinder leerden kennen dan ook geen echte relatie?) Of zul je minimaal 6 maanden bevriend moeten zijn voor het mag?
De nieuwe technologische mogelijkheden maken onderscheiden die vroeger duidelijk te maken waren, steeds vager. Cases zoals Airbnb en Uber zijn daarom wellicht nog maar het begin. De eerste barstjes in de dam, zeg maar. Strenge regels gebaseerd op vage onderscheiden kunnen makkelijk worden omzeild, en zullen dat ook vaker worden omdat hun arbitraire karakter hun legitimiteit ondermijnt. Het afdwingen ervan zal steeds meer kosten en hun effect zal steeds kleiner zijn. Dat we nieuwe situaties eerst in de bestaande kaders proberen proppen is begrijpelijk, maar zal op termijn wellicht onhoudbaar blijken.
Laat ons samen nadenken over nieuwe manieren om de deeleconomie te beheren. Manieren die niet rusten op vage en arbitraire onderscheiden. Hier alvast een aanzet daartoe: "Hoe de overheid Uber kan verslaan"
Abonneren op:
Posts (Atom)
